Voor flamenco moet je naar het zuiden. Maar zo ver als Spanje hoef je niet altijd te gaan.
In België is een levendige flamenco-scene, die zich vooral lijkt te concentreren in Antwerpen en Brussel.
In de havenstad woont [*] José Toral, één van de beste flamencogitaristen
in Vlaanderen van dit moment. Daarnaast is hij beeldend kunstenaar.
José Toral werd in 1964 in Madrid geboren. Om het in die tijd heersende regime van Franco te ontwijken, emigreerden zijn ouders naar Duitsland. De jonge José ging naar een internaat, gespecialiseerd in muziek, oude talen en kunst. Hier werd een gedegen basis voor zijn kunstzinnige ontplooiing gelegd. Want naast flamencogitarist is José ook een erkend beeldend kunstenaar, illustrator en grafisch ontwerper.
Op het internaat werd veel tijd besteed aan klassieke muziek, maar ook aan salsa en flamenco. Zijn leraar Antonio Moreno leerde hem vele sevillanas en rumbas. Tegelijkertijd bracht zijn neef hem de basisbegrippen van de flamenco bij. Op 22-jarige leeftijd startte José zijn opleiding aan de kunstacademie van Granada.
Als flamencogitarist heeft José inmiddels zijn sporen wel verdiend. Hij studeerde bij Manolo Sanlúcar en
Paco Serrano en werkte samen met artiesten als Chano Lobato, Merengue de Córdoba, Javier Barón,
J. M. Cañizares, Miguel Vargas, Maria Serrano, El Romano, en vele anderen.
Wie zijn jouw grote voorbeelden in de wereld van de flamenco?
Vicente Amigo. Hij bezit veel temperament, veel "duende". Cañizares bewonder ik zeer vanwege zijn enorme kennis van klassieke muziek, jazz en flamenco en vanwege zijn contemporaine manier van spelen.
Van de ouderen Paco de Lucía natuurlijk, dat geldt waarschijnlijk voor iedereen. Rafael Riqueni vind ik ook een interessante gitarist en niet te vergeten Pedro Bacán.
Hoe zie jij flamenco?
Ik zie flamenco als veel meer dan alleen een modeverschijnsel. Het is een filosofie, een manier van leven. Wanneer je de flamenco in je leven toelaat, volgt er een lange, moeilijke periode waarin je veel techniek moet leren. Pas als je die achter de rug hebt begint flamenco flamenco te zijn.
Er zijn voor mij twee basisbegrippen in de flamenco: Vrijheid en Horizon. Flamenco heeft vrijheid nodig.
Het kan slechts bestaan bij de gratie van de spontaniteit. En het moet altijd bezig zijn om de horizon te verleggen. In dit gebied vindt de hele discussie over flamenco puro en flamenco moderno plaats. Ik ben van mening dat wanneer je de traditie hebt begrepen, je je open moet stellen voor actuele dingen. Je moet in het nu leven.
Ik heb ook sterk het gevoel dat flamenco moet transcenderen. Je moet snel kunnen reageren.
Reactie is heel belangrijk in de flamenco en reactie is spontaniteit.
Wat is voor jou dan de kern van de flamenco, het meest wezenlijke? Datgene waarvan je zegt: dát moet erin zitten. Je kunt alles wijzigen of weglaten, maar als dát er niet in zit, dan kun je het geen flamenco meer noemen?
Ik beschouw de stem als het meest wezenlijke van de flamenco. De cante blijft de basis. De cantaor legt een bepaald gevoel in zijn stem en dat gevoel creëert de ritmiek. Als je de cante weglaat dan is flamenco geen flamenco meer, dan wordt het geabstraheerd. Het begint met de cante, dan de ritmiek en dan de rest. In tegenstelling tot de klassieke muziek, waarin muzikaliteit en harmonie het belangrijkst zijn, moet je in de flamenco over een absoluut gevoel voor ritme beschikken.
Met flamenco moet je niet al te intellectueel bezig zijn, dan verdwijnt de magie, de "duende".
Wat is voor jou de conditio sine qua non voor "duende"?
Voor mij als flamencogitarist zijn er twee voorwaarden noodzakelijk voor het kunnen creëren van "duende".
In de eerste plaats moet je in absolute harmonie met jezelf zijn. Daarmee bedoel ik dat je geen problemen met je techniek hebt, dat je volkomen relaxed bent, volkomen vrij, en het stuk moet ook niet over-gearrangeerd zijn, want dan verlies je je spontaniteit. En ten tweede moet je in absolute harmonie met de zanger zijn. Pas als aan deze twee voorwaarden wordt voldaan, kan er een moment van "duende" ontstaan.
Dat betekent dat je je heel kwetsbaar moet durven opstellen?
Ja, absoluut. Ik ben het ook roerend eens met Pedro Bacán die zei, dat je in de flamenco grote risico's moet kunnen nemen.
We hebben de laatste tijd veel gehoord over de speciale band die er bestaat tussen Spanje en Vlaanderen.
Hoe kijk jij daar als Spanjaard in Vlaanderen tegenaan?
Ik moet voor een antwoord op deze vraag zuiver intuïtief te werk gaan. Ik denk dat er een speciale band bestaat. Wanneer ik zo door de straten van Antwerpen loop, zie ik vaak gezichten die ik zo in Andalusië zou kunnen plaatsen.
Meer dan in bijvoorbeeld Frankrijk?
Oh ja, absoluut. De Vlaming zal misschien zijn emotie niet zo direct tonen als wij Spanjaarden, maar er zijn heel veel overeenkomsten. 's Zomers lijkt Antwerpen vaak op Madrid.
Tussen het stellen van de vragen en het eten van de tapas door, blader ik in de portfolio met afbeeldingen van schilderijen van José [>>> PORTFOLIO]. Hij gebruikt de prachtige, warme aardkleuren die in de landen rondom de Middellandse Zee zoveel worden gezien. Onlangs heeft hij in Japan de Sume-I techniek geleerd. Met sterk verdunde inkt zet je in één vloeiende beweging het beeld neer. Spontaniteit en een snelle reactie zijn hiervoor een vereiste. En het zijn precies deze vereisten die ook in de flamenco onontbeerlijk zijn.
José Toral is een man van vele talenten, die zijn gevoelens en ideeën door middel van verscheidene kunstvormen kan tonen. Maar uiteindelijk vloeien die allemaal van en naar hetzelfde punt: de flamenco.
[*] Inmiddels woont José Toral niet meer in Antwerpen, maar in Spanje.
Rianne Frauenfelder.
OVERGENOMEN UIT: "AFICIONAO # 54"
"Aficionao" heet nu "Tablao Flamenco" en verschijnt zes maal per jaar
inlichtingen: Laan van Meerdervoort 13, 2517AB Den Haag
http://www.tablaoflamenco.nl/
|