noches
Het project 'noches' van Sumari brengt flamenco
en jazz musici samen.
Miles Davis zei het al : 'Flamenco is het Spaanse equivalent van de blues.
Alle twee zijn ze gegroeid uit een vermenging van culturen.
'De idee achter Sumari is als een boom met zijn wortels stevig in de cultuur
en traditie, maar zijn takken reiken naar de hemel, met elke lente vers groen.'
De voorstelling van 'noches' roept herinneringen op aan de periode rond 1950,
toen de be-bop zijn intrede maakte in de jazz. Vele muzikanten op hun hoogste
niveau met zeer verschillende achtergronden, kwamen samen en creëerden
nieuwe muziek die daarvoor nog nooit iemand had gehoord, muziek die daarvoor
niet bestond.
'Fusie' betekent tegenwoordig meestal niets méér dan een poging
om eigen werk pittiger te maken door er ingrediënten uit andere genres
en culturen doorheen te mengen. De saus, 'la salsa', die zo wordt samengesteld
kan men wel lekker vinden, maar zal ook in de bereiding alle kwaliteiten
verliezen van de individuele ingrediënten. In dit verband is het tekenend
dat de vader van de 'salsa', Tito Puente, vindt dat 'salsa' enkel thuis hoort
op een bord, nooit in muziek.
De be-boppers in de jaren 1950 gingen geheel anders te werk om tot een fusie
van verschillende genres te komen. Ze nodigden muzikanten uit andere culturen
en disciplines uit om met hen jazz te creëren, waarin de eigenheid van
elke artiest individueel behouden bleef terwijl men samen naar nieuwe harmonieën
streefde.
Op dezelfde manier werkt sinds 1997 de virtuose flamenco gitarist en percussionist
José Toral samen met drie van de allerbeste jazz musici : Stefan Bracaval
(fluiten), Serge Dacosse (elektrische bas) en Michel Bisceglia (piano).
Hun coöperatie omschrijven ze zelf als 'een kruisbestuiving tussen het
traditionele en het nieuwe',
waarin 'de individuele achtergrond van elke muzikant een veelbetekende rol
speelt.'
Voor 'noches' werd het kwartet uitgebreid met vier zeer begaafde artiesten
: percussionist Ramón el Chispa, zanger Roberto Chamorro 'El Roto'
en de flamenco dansers Sofía Yero en Julián Martín.
Hun diep ontroerende voorstelling wordt technisch perfect omkaderd door de
geluidspecialist Gyuri Spies en de belichting van Jean-Jacques Deneuvostier.
Cuando
es de noche
la espalda del mundo duerme
apoyada sobre el tronco del sueño.
Ni color de piel paciente
ni ojos del juéz sordo
distinguen en la oscuridad.
Cuando la noche es,
se sienten las venas
palpitando a compas
del alta mar. |
Als
het nacht is
slaapt de rug van de wereld
leunend op de stam van de droom.
Geen geduldige huidskleur
noch ogen van de dove rechter
onderscheiden iets in het donker.
Als de nacht is
voelt men de aders
trillend met het ritme
van de hoge zee. |
|
|